ECLI:NL:HR:2026:264
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 15 mei 2025 beoordeeld. De griffier heeft de indiener op 8 augustus 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze kennisgeving is het griffierecht niet voldaan.
Op 17 september 2025 heeft de griffier de indiener in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, conform artikel 8:36c, lid 2, Awb. Deze mededeling is ook per e-mail verzonden. De indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 20 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.