ECLI:NL:HR:2026:271
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze betaling is niet verricht.
Vervolgens heeft de griffier op 19 december 2025 een bericht in het digitale dossier geplaatst waarin belanghebbende werd verzocht aan te geven waarom het griffierecht niet was betaald. Tevens is een kennisgeving van dit bericht verzonden naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres. Gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, wordt aangenomen dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid om een verklaring te geven. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken op 20 februari 2026 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.