ECLI:NL:HR:2026:274
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De Hoge Raad heeft belanghebbende op 14 oktober 2025 via het digitale dossier en e-mail in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen.
Deze termijn eindigde op 25 november 2025, maar belanghebbende heeft geen herstel verricht. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Het arrest is op 20 februari 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.