ECLI:NL:HR:2026:275
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 2 december 2025 via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen.
Deze termijn eindigde op 13 januari 2026, maar belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad besloten het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 20 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.