ECLI:NL:HR:2026:277
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 6 juni 2025 behandeld. De kern van de zaak betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld om dit te voldoen.
Ondanks dat de aanmaningen volgens Track&Trace zijn afgeleverd op het opgegeven adres, is het griffierecht niet betaald. Vervolgens is de indiener opnieuw in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was voldaan, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.