ECLI:NL:HR:2026:295
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 13 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, met een uiterste termijn van 24 september 2025.
Belanghebbende heeft dit verzuim niet hersteld. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is op 27 februari 2026 gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.