ECLI:NL:HR:2026:296
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en hiervoor termijnen gesteld. Ondanks deze aanmaningen werd het griffierecht niet voldaan. Belanghebbende maakte geen gebruik van de gelegenheid om te reageren op de niet-betaling.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het voldoen aan procedurele vereisten zoals griffierechtbetaling om ontvankelijkheid in cassatie te waarborgen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.