Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.W.J.M. Huenges Wajer en M.J. van Luijt, heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft ook voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
2.Uitgangspunten in cassatie
Zij heeft op 20 november 2017 douaneaangiften gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die zij in die aangiften heeft omschreven als “Bravetco Spot-On Cat voor bestrijding en preventie van vlooieninfestaties”, “Bravetco Spot-On Cat voor bestrijding en preventie van vlooieninfestaties. (gratis levering)-bijpak bij art. 1”, “Bravetco Spot-On Dog voor bestrijding en preventie van vlooieninfestaties”, en “Bravetco Spot-On Dog voor bestrijding en preventie van vlooieninfestaties. (gratis levering)-bijpak bij art. 1”.
Volgens de aangiften moeten deze goederen als “geneesmiddelen” worden ingedeeld in postonderverdeling 3004 90 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst 2017 [2] ; hierna: de GN). Het bij die postonderverdeling behorende tarief van douanerechten bedraagt nul procent.
De vloeistof in het product van belanghebbende is een mengsel van fluranaler, diethyltoluamide (ook wel bekend als DEET), dimethylacetamide, glycofurol en aceton (hierna: de vloeistof). Het wordt verkocht voor het doden van vlooien, teken en (oor)mijt bij katten (Bravecto Spot-On Cat) respectievelijk bij honden (Bravecto Spot-On Dog). De werkzame stof is fluralaner. Elke milliliter van de vloeistof bevat 280 mg fluralaner.
Daartoe wordt de vloeistof lokaal op de huid (spot-on) aangebracht. De pipetten worden leeggedrukt op de huid van een kat, achter de schedelbasis, respectievelijk op de huid van een hond, tussen de vacht. De werkzame stof in de vloeistof, fluralaner, wordt door de huid geabsorbeerd en verspreidt zich vervolgens door het dier via de bloedbaan
,en heeft aldus systemische werking: parasieten worden gedood, ongeacht waar zij zich op de huid van het dier hebben aangehecht. Wanneer parasieten zich (na aanhechting aan de huid) voeden met het bloed of weefselvocht van het dier, worden zij blootgesteld aan de werkzame stof. Door deze blootstelling wordt het zenuwstelsel van de parasieten verlamd, als gevolg waarvan zij sterven. De werkzame stof wordt langzaam afgebroken door de lever en blijft dientengevolge nog enige weken in het behandelde dier aanwezig, waardoor nieuwe parasieten die zich in die periode aan de huid hechten, ook worden gedood.
3.De oordelen van het Hof
Een systemische wijze van parasietenbestrijding en preventie van parasieteninfestaties is, naar belanghebbende ter zitting onweersproken heeft verklaard, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten, uitsluitend toegestaan door tussenkomst van een dierenarts, omdat aan het gebruik daarvan grotere risico’s voor het dier verbonden zijn. Het is om die reden dat voor het op de markt brengen van haar product in de Europese Unie aan het Europees Geneesmiddelenbureau om een toelating als diergeneesmiddel moest worden verzocht. Omdat haar product systemische werking heeft en daarom alleen onder medisch toezicht van een dierenarts aan honden en katten mag worden toegediend, is het product naar het oordeel van het Hof naar zijn aard voor medisch gebruik bestemd.
4.Rechtskader
Post 3004 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
Post 3808 luidt, voor zover van belang, als volgt:
(1) When they are put up in packings (such as metal containers or paperboard cartons) for retail sale as disinfectants, insecticides, etc., or in such forms (e.g., in balls, strings of balls, tablets or plates) that there can be no doubt that they will normally be sold by retail. Products put up in these ways may or may not be mixtures. The unmixed products are mainly chemically defined products which would otherwise fall in Chapter 29, e.g., naphthalene, or 1,4-dichlorobenzene.
Die tabel luidt:
Volgens het middel volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie over post 3004 van de GN – zoals de arresten van 14 januari 1993, Bioforce, C-177/91, ECLI:EU:C:1993:10, punt 12, van 6 november 1997, Laboratoires de thérapeutique moderne (LTM), C-201/96, ECLI:EU:C:1997:523, punten 29 en 30, en van 12 maart 1998, Laboratoires Sarget SA, C-270/96, ECLI:EU:C:1998:103, punt 29 – dat het Hof van Justitie voor indeling in die tariefpost één criterium gebruikt, te weten dat een farmaceutische product nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische eigenschappen moet vertonen, en in het bijzonder, of zij kunnen worden gebruikt ter voorkoming of behandeling van ziekten of aandoeningen. Het Hof is, aldus het middel, ten onrechte ervan uitgegaan dat een product dat niet nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische eigenschappen vertoont, toch kan worden ingedeeld onder post 3004 van de GN als wordt bewezen dat het kan worden gebruikt ter voorkoming of behandeling van een ziekte of een aandoening. Deze verkeerde opvatting van het recht resulteert in een onjuiste toepassing ervan. Aangezien het Hof heeft vastgesteld dat het product geen genezende of preventieve eigenschappen heeft waarvan de werking zich richt op welbepaalde functies van het organisme van het dier, is het niet met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar voor indeling onder post 3004 van de GN, aldus middel I.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moet voor de indeling van producten onder hoofdstuk 30 van de GN, waarvan post 3004 van de GN deel uitmaakt, worden onderzocht of de desbetreffende producten nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische eigenschappen hebben, waarvan de werking zich op welbepaalde functies van het organisme van mens of dier richt, of kunnen worden gebruikt ter voorkoming of behandeling van een ziekte of een aandoening. Zelfs wanneer het desbetreffende product geen eigen therapeutische of profylactische werking heeft, maar wordt gebruikt ter voorkoming of behandeling van een ziekte of een aandoening, moet het worden beschouwd als voor therapeutische of profylactische doeleinden bereid, voor zover het specifiek voor een dergelijk gebruik is bestemd. [7]
Verder heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat ook producten zonder eigen therapeutische of profylactische werking onder post 3004 van de GN kunnen worden ingedeeld, maar alleen indien deze producten wegens hun objectieve kenmerken en eigenschappen naar hun aard voor medisch gebruik zijn bestemd; dat wil zeggen dat medisch gebruik de inherente bestemming van zo’n product moet zijn en dat die bestemming moet blijken uit de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan. Zo heeft het Hof van Justitie bijvoorbeeld in het arrest Nutricia verduidelijkt dat tot het begrip geneesmiddelen in de zin van post 3004 van de GN ook kunnen worden gerekend voedingspreparaten zonder therapeutische en profylactische werking in de vorm van sondevoeding die naar hun aard uitsluitend zijn bestemd om onder medisch toezicht enteraal (door middel van een maagsonde) te worden toegediend aan personen die medisch worden verzorgd, ter behandeling of voorkoming van aan een ziekte of een aandoening te relateren gevolgen.
Daarvan uitgaande geeft het hiervoor in 3.4 weergegeven oordeel van het Hof – naar niet voor redelijke twijfel vatbaar is – blijk van een onjuiste rechtsopvatting van de in de rechtspraak van het Hof van Justitie gegeven uitlegvan ‘product met een eigen therapeutische en/of profylactische werking’. Het Hof heeft namelijk vastgesteld dat de werkzame stof in de vloeistof uitsluitend is gericht op het doden van parasieten op en/of in de huid. Het heeft niet vastgesteld dat de aanwezigheid van ectoparasieten op een hond of kat betekent dat die hond of die kat aan een ziekte of een aandoening lijdt. Het heeft ook niet vastgesteld dat de vloeistof een of meer andere werkzame stoffen bevat die een bepaalde (huid)ziekte of (huid)aandoening die het dier heeft opgelopen als gevolg van de aanwezigheid van ectoparasieten op en/of in de huid, doen genezen dan wel doen voorkomen. Dat het product van belanghebbende vanwege de insecticide en acaricide werking ervan kan worden gebruikt ter ondersteuning van de behandeling van aandoeningen ten gevolge van de aanwezigheid van ectoparasieten op een hond of kat door de externe oorzaak ervan weg te nemen, volstaat niet om zo’n product naar zijn aard aan te merken als een product met eigen therapeutische en/of profylactische werking die kenmerkend is voor geneesmiddelen in de zin van post 3004 van de GN.
Middel I slaagt.
Middel II slaagt ook.
7.Slotsom
Gelet op de hiervoor in onderdeel 2 weergegeven uitgangspunten in cassatie en hetgeen in onderdeel 5 van dit arrest is overwogen, kunnen de door belanghebbende in hoger beroep aangevoerde grieven tegen de beslissing van de Rechtbank niet slagen. De uitspraak van de Rechtbank zal worden bevestigd.