ECLI:NL:HR:2026:316
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 6 juni 2025. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit het dossier bleek dat het beroepschrift op 23 juli 2025 was ontvangen, terwijl de termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 22 juli 2025 was verstreken.
De Hoge Raad stuurde op 29 juli 2025 een bericht aan belanghebbende met de vraag om binnen vier weken een toelichting te geven op de overschrijding van de beroepstermijn. Dit bericht werd ook per e-mail verzonden. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Gezien het uitblijven van een reactie en de overschrijding van de termijn verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 27 februari 2026 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.