Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:338

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
25/00326
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing van beschikking inzake derdenbeslag in strafrechtelijk onderzoek Milwaukee

In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, waarin beslag was gelegd op diverse goederen en vorderingen van derden in het kader van het strafrechtelijk onderzoek 'Milwaukee'. De klaagster, een onderneming gevestigd in Malta, had bezwaar gemaakt tegen het beslag op onder meer woningen, bouwgrond, een auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vorderingen in Luxemburg, Zwitserland en België.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast. De rechtbank achtte het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter een geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zou opleggen, maar volgens de Hoge Raad was deze benadering onjuist. De Hoge Raad verwijst daarbij naar een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:HR:2026:337) waarin de juiste maatstaf is uiteengezet.

Gelet op deze onjuiste maatstaf vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling en beslissing. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking meer. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00326 B
Datum10 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028298, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] LTD,
gevestigd in [vestigingsplaats] (Malta),
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00328 B, ECLI:NL:HR:2026:337.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede tot en met het zesde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.