Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De ontvankelijkheid
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
10 maart 2026.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een beklagprocedure ex artikel 552a Sv tegen conservatoir derdenbeslag gelegd op diverse goederen en vorderingen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beklag ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter een geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zou opleggen. De rechtbank achtte de klagers ontvankelijk en motiveerde haar oordeel over de maatstaf die bij het beklag moest worden toegepast onvoldoende.
De Hoge Raad herhaalt de maatstaf uit eerdere jurisprudentie dat bij een beklagprocedure ex artikel 552a Sv de rechter moet toetsen of buiten redelijke twijfel vaststaat dat de derde eigenaar is van het in beslag genomen voorwerp en of de uitzonderingen van artikel 94a lid 4 of 5 Sv van toepassing zijn. De rechtbank heeft deze maatstaf niet duidelijk toegepast en haar beschikking is daarom ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij de juiste maatstaf moet worden toegepast en gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor herbehandeling.