Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:339

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
25/00333
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste maatstaf bij derdenbeslag in strafrechtelijk onderzoek kansspelen

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake derdenbeslag op diverse goederen en vorderingen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank had geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter een geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zou opleggen, en op die grond het beslag gehandhaafd.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de beoordeling van het klaagschrift. De Hoge Raad verwijst naar haar motivering in een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2026:337) en concludeert dat het cassatiemiddel slaagt. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling en beslissing. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 10 maart 2026, onder nummer 25/00333 B.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00333 B
Datum10 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028279, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] LTD,
gevestigd in [vestigingsplaats] (Malta),
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00328 B, ECLI:NL:HR:2026:337.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede tot en met het zesde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.