Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake derdenbeslag op diverse goederen en vorderingen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank had geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter een geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zou opleggen, en op die grond het beslag gehandhaafd.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de beoordeling van het klaagschrift. De Hoge Raad verwijst naar haar motivering in een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2026:337) en concludeert dat het cassatiemiddel slaagt. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling en beslissing. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 10 maart 2026, onder nummer 25/00333 B.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.