Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de beschikking van het gerechtshof
3.Beslissing
6 januari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de klaagster, een vennootschap, een klaagschrift ingediend tegen beslag op een woning die zij als eigenaar betwistte. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde het klaagschrift ongegrond. De woning was in een strafzaak tegen een ander onherroepelijk verbeurd verklaard.
De Hoge Raad oordeelt ambtshalve dat wanneer een gerecht dat bevoegd is tot behandeling van een klaagschrift op grond van art. 552a Sv constateert dat de betreffende voorwerpen inmiddels onherroepelijk verbeurd zijn verklaard, het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift op grond van art. 552b Sv. Indien het gerecht niet bevoegd is tot behandeling van dit klaagschrift, moet het de stukken doorzenden naar het bevoegde gerecht.
In deze zaak is de verbeurdverklaring pas in de cassatiefase onherroepelijk geworden, maar ook dan geldt deze regel. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het hof, dat bevoegd is op grond van art. 552b lid 2 Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling.