Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank
3.Beslissing
31 maart 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift ingediend door de klager, die teruggave vorderde van een Volkswagen Golf die onder zijn zoon in beslag was genomen wegens verdenking van verkeersovertredingen. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk omdat de auto inmiddels in een strafzaak tegen de zoon verbeurd was verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat wanneer een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv wordt ingediend, maar de betreffende voorwerpen inmiddels onherroepelijk verbeurdverklaard zijn ten laste van een ander, het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift op grond van artikel 552b Sv. Indien het gerecht dat het klaagschrift behandelt niet bevoegd is op grond van artikel 552b lid 2 Sv, dient het de stukken door te zenden naar het bevoegde gerecht.
In deze zaak werd het vonnis met verbeurdverklaring pas onherroepelijk in de cassatiefase van de beklagzaak. De Hoge Raad bevestigt dat ook in die situatie het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift op grond van artikel 552b Sv. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling door het bevoegde gerecht, waarbij de stukken naar de rechtbank Oost-Brabant worden teruggezonden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling.