Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:363

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
25/00575
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen exequaturbeschikking arbitrage

In deze zaak heeft Antrix Corporation Limited cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat een arbitraal vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. De procedure betreft een exequaturprocedure op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij klachten tegen het oordeel van het hof centraal staan.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van de voorzieningenrechter en het gerechtshof. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, en subsidiair moet worden verworpen. Antrix heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van Antrix beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Vervolgens verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en veroordeelt Antrix in de kosten van het geding, die aan de zijde van DMAI zijn begroot op € 2.705,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

De beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 maart 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Antrix wordt verworpen en Antrix wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00575
Datum6 maart 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
ANTRIX CORPORATION LIMITED,
gevestigd te Bengalaru (Karnata), India,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Antrix,
advocaten: J.W.M.K. Meijer, F.J.L. Kaptein en M.H.K. Jansen,
tegen
DEVAS MULTIMEDIA AMERICA INC.,
gevestigd te Wilmington (Delaware), Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: DMAI,
advocaat: B.M.H. Fleuren.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/09/619394 / KG RK 21-1251 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 april 2022 en 18 juli 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.332.942/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 december 2024.
Antrix heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
DMAI heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Antrix heeft, met toestemming van de rolraadsheer, nog een verweerschrift in het beroep op niet-ontvankelijkheid ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt primair tot niet-ontvankelijkheid en subsidiair tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Antrix hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Antrix in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DMAI begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Antrix deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 maart 2026.