ECLI:NL:HR:2026:369
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 1 december 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Ondanks deze kennisgeving werd het griffierecht niet voldaan. Op 2 januari 2026 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de vraag om opheldering over het niet betalen van het griffierecht. Tevens werd een kennisgeving van dit bericht verzonden naar het opgegeven e-mailadres van belanghebbende. De Hoge Raad gaat ervan uit dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 6 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.