ECLI:NL:HR:2026:372
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet betaald. Vervolgens plaatste de griffier op 2 januari 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om te reageren op de niet-betaling. Ook werd hiervan een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.