Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het te laat was ingesteld. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de vraag of het hof terecht heeft geoordeeld dat de mededeling van de uitspraak in persoon aan verdachte was uitgereikt, ondanks dat aan de akte van uitreiking andere stukken waren gehecht dan de mededeling van de uitspraak.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde blijft in stand.