Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
13 januari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het bezit en de meervoudige verkoop en aankoop van XTC-pillen, in strijd met de Opiumwet. In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaringen van een getuige onbetrouwbaar waren en stelde een alternatief scenario voor, waarbij werd betoogd dat de prijzen in ontsleutelde chatberichten niet konden duiden op echte XTC-pillen. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden, omdat het hof de argumenten van de verdediging voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd en niet gehouden was op elk detail in te gaan.
De advocaat-generaal had wel geconcludeerd tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde straf, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Hoge Raad volgde dit en verminderde de gevangenisstraf van 30 naar 29 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij tevens werd vastgesteld dat de overschrijding van de redelijke termijn een strafvermindering rechtvaardigde.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 30 naar 29 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige klachten worden verworpen.