3.3Het bestreden arrest bevat de volgende bewijsoverwegingen:
“Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging bepleit dat het hof de verdachte dient vrij te spreken van het tenlastegelegde. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman aangevoerd dat de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet leiden tot de conclusie dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het in onderhavige zaak om stoffen gaat die vallen onder de Opiumwet; het gaat om neppillen en niet om XTC-pillen, bevattende MDMA.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Nadat de verdachte op 22 maart 2022 is aangehouden en zich in voorarrest bevond, heeft hij zich eerst beroepen op zijn zwijgrecht en na sluiting van het einddossier op 21 juni 2022 ten overstaan van de politie een inhoudelijke verklaring afgelegd ter zake van de verdenking van de politie van 3 drugstransacties. Die verdenking was gebaseerd op encrypted berichten waarover de politie de beschikking had gekregen. De berichten zijn ontsleuteld en de verdachte kwam daarbij in beeld als gebruiker van [Sky-account nummer 1] . De verdenking waarmee hij vervolgens door de politie werd geconfronteerd kwam kort gezegd erop neer dat de verdachte 20.000 XTC-tabletten had verkocht op 3 augustus 2020, 15.000 XTCtabletten had aangekocht op 27 augustus 2020, en 9.000 XTC-tabletten had aangekocht op 21 september 2020.
De verdachte verklaarde op 21 juni 2022 dat de 20.000 pillen neppillen, placebo’s, betroffen; deze heeft de verdachte verkocht voor 8 eurocent op dezelfde dag van de aankoop, op 3 augustus 2020. Dat het neppillen waren, geldt ook voor de andere pillen. De verdachte wist al dat dit neppillen waren, toen hij deze aankocht, omdat degene die deze pillen aanbood dat de verdachte had verteld. Er zat volgens de verdachte niks in de pillen, er zat slagpoeder in en geen XTC. De verdachte heeft vervolgens het complete bedrag aan zijn koper moeten terugbetalen. Die koper was namelijk boos, omdat hij nepspullen van de verdachte had gekregen. De verdachte heeft niet vaker zaken gedaan met degene aan wie hij het had verkocht. Ook met degene bij wie hij de pillen had ingekocht heeft de verdachte geen zaken meer gedaan. De verdachte heeft aan alle drie de kopers het geld teruggegeven.
Ter terechtzitting in eerste aanleg op 22 november 2022 heeft de verdachte ten overstaan van de rechtbank verklaard dat hij drie mensen heeft opgelicht met neppillen. De verdachte zou dit hebben gedaan om dat hij geld tekort kwam, hij had geen inkomen en ondervond financiële problemen. De verdachte verklaarde voorts dat het klopt dat hij aanvankelijk de pillen niet had gekocht als neppillen, maar dat het later neppillen bleken te zijn, waarna de verdachte nog een keer neppillen heeft aangekocht. De verdachte ging er aanvankelijk van uit dat het om XTC-pillen ging. Hij wist pas kort na de transactie dat het neppillen waren. De verdachte wist dit niet van de persoon van wie hij de pillen had gekocht. Geconfronteerd met zijn verklaring bij de politie, verklaarde de verdachte “ik durf nu niet meer te zeggen of ik het wist van de verkoper”.
Ter terechtzitting in hoger beroep op 16 oktober 2023 heeft de verdachte ten overstaan van het hof herhaald dat hij inderdaad bij drie transacties pillen heeft ingekocht en verkocht, maar het waren geen XTC-pillen, maar steeds neppillen. Het is volgens de verdachte ook bij alleen die drie tansacties gebleven. Waar in een chatgesprek over milligrammen werd gesproken, was dit spreektaal voor de sterkte van de pillen. Hierover had de verdachte dan contact met zijn verkoper, omdat hij dat van de klant moest vragen. Zo kon de verdachte dan een screenshot van het chatgesprek tussen de verdachte en de verkoper aan de koper laten zien. Voor wat betreft de in het aanvullende proces-verbaal weergegeven chatgesprekken die niet zien op de data van de drie transacties wil de verdachte in hoger beroep geen vragen beantwoorden, omdat die gesprekken volgens de verdachte niet zien op de drie transacties die ter beoordeling aan het hof voorliggen.
Het hof stelt in de eerste plaats vast dat de verdachte pas na sluiting van het onderhavige einddossier en daarmee na kennisneming van de inhoud van hetgeen de politie aan bewijs tegen hem had verzameld, is gekomen met een verklaring dat hij bij drie gelegenheden neppillen had ingekocht en verkocht. Ook ten overstaan van de rechtbank en het hof heeft de verdachte verklaard en herhaald dat het om neppillen ging, niet om XTC-pillen. Op een cruciaal onderdeel ter zake van de hem gemaakte verwijten onder feit 1 heeft de verdachte evenwel inconsistent verklaard. Waar hij in zijn eerste verklaring bij de politie verklaarde dat hij wist dat hij neppillen kocht bij de eerste transactie van 20.000 pillen, verklaarde hij bij de rechtbank eerst dat hij aanvankelijk ervan uitging dat hij 20.000 (
hof: echte) XTC-pillen had gekocht, maar dat hij er pas na de aankoop achter was gekomen dat het om neppillen ging. Ter terechtzitting van het hof heeft de verdachte verklaard dat het hem van meet af aan duidelijk was dat hem neppillen werden aangeboden, die hij vervolgens als echte XTC-pillen heeft verkocht.
Voorts stelt het hof vast dat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij niet vaker zaken heeft gedaan met diegene bij wie hij die neppillen heeft gekocht, noch met zijn afnemers/kopers die hij deze neppillen had verkocht. Op basis van het einddossier zoals dat op dat moment voorlag, viel op die verklaring van de verdachte dat hij eenmalig contact met hen had gehad weinig af te dingen. Echter, een nieuwe zoekslag in de onderschepte encrypted berichten waaraan de verdachte deelnam gaf de politie inzage in nieuwe chatgesprekken tussen de verdachte en zijn drie contacten (Sky-account gebruikers [Sky-account nummer 3] , [Sky-account nummer 2] en [Sky-account nummer 4] ). Uit deze nieuwe berichten die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd blijkt het hof dat de verdachte wel nog zaken heeft gedaan met deze contacten na de drie eerdere transacties en zelfs dat hij voordien al zaken had gedaan met een van hen. Daarbij ging het wederom om pillen. Zo heeft de verdachte met de koper van de 20.000 pillen ( [Sky-account nummer 3] ) op 21 en 22 oktober 2020 nog zaken gedaan (zie tabel 7). Ook met [Sky-account nummer 2] is het zaken doen niet gestopt na de aankoop op 26/27 augustus 2020 van de 15.000 pillen door de verdachte, daar op 26 en 28 september 2020 wederom druk tussen beiden is gechat, onder meer over het bijna zijn op de plek van de ‘snoep’ (zie tabellen 8 en 9). En tot slot is ook de verkoper van de 9.000 pillen ( [Sky-account nummer 4] ) op 21 september 2020 met de verdachte zaken blijven doen, zoals op 30 september, 8 en 10 oktober 2020 (tabellen 13, 12 en 14), maar dat niet alleen, want zij hadden al voorafgaand aan die transactie in september op 24 juli 2020 (zie tabel 11) druk over en weer chat-contact over pillen.
Naast de geconstateerde inconsistentie die de geloofwaardigheid van verdachtes verklaring dat het om neppillen ging, aantast, draagt ook de vaststelling dat verdachte zaken is blijven doen met dezelfde contacten, terwijl hij zulks eerder heeft ontkend, niet bij aan zijn geloofwaardigheid dat het bij die drie transacties om neppillen zou zijn gegaan. Daar komen nog bij de volgende feiten en omstandigheden die het hof leiden tot de conclusie dat de verklaring van de verdachte dat het ging om neppillen als niet geloofwaardig terzijde dient te worden geschoven.
Uit geen van de door de politie aangetroffen en onderzochte chatberichten blijkt dat gesproken is over neppillen of placebo’s of iets van dien aard, terwijl indien en voor zover er sprake zou zijn geweest van neppillen, placebo’s, het naar het oordeel van het hof voor de hand gelegen dat daarover wel was gecommuniceerd tussen de verdachte en zijn verkopers en/of kopers, in ieder geval voor zover deze ervan wisten. Het hof stelt daarentegen vast dat in de aangetroffen chatberichten wordt gesproken over de sterkte van de pillen - zoals ‘200 mlg’ -, hetgeen de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep ook heeft bevestigd. Hoewel de verdachte daaraan een uitleg heeft proberen te geven, gaat deze naar het oordeel van het hof mank, daar in de chatgesprekken ook wordt gesproken over het testen van pillen door de koper/afnemers van de verdachte of zelfs een klant van de koper. In dat verband verdient bijvoorbeeld de transactie van 3 augustus 2020 bijzondere aandacht. De verdachte heeft die transactie immers uitgelegd, alsof hij bij die gelegenheid de eerste keer 20.000 neppillen had doorverkocht en dat diezelfde dag de koper zich bij hem zou hebben beklaagd, waarop hij het aankoopbedrag volledig zou hebben terugbetaald. Deze verklaring strookt in het geheel niet met het laatstelijk door de politie ontsleutelde chatbericht ter zake van deze transactie, waarin de verdachte van zijn [Sky-account nummer 3] op 3 augustus 2020 om 16:23:28 te horen kreeg ‘Heb hem tester gegeven goedgekeurd’, waarna de verkoop door de verdachte aan zijn contact is doorgezet zoals volgt uit de weergave van de daaropvolgende chatgesprekken rondom die transactie in tabel 1. Geen neppillen aldus, want een monster was door de klant goedgekeurd. En wat de sterkte van de pillen dan wel de werkzame stof in die pillen betreft, stond dit chatgesprek niet op zichzelf. Het hof stelt vast dat het daarover ging bij herhaling. Dit blijkt niet alleen uit de chatgesprekken die aan het bewezenverklaarde zijn te relateren, maar ook uit die van voor die tijd en van daarna met dezelfde contacten. Steeds gaat het daarbij om de handel in hoeveelheden pillen en de werkzame stof MDMA, hetgeen bijdraagt aan het bewijs dat het ook bij de bewezenverklaarde drie transacties ging om XTC-pillen. En ten slotte is het [getuige] ( [Sky-account nummer 2] ) die bij herhaling, zowel ten overstaan van de politie als verdachte in zijn eigen zaak, evenals als getuige in de onderhavige zaak, heeft verklaard dat het om XTC-pillen ging die hij aan de verdachte verkocht en leverde op 26/27 augustus 2020, door [getuige] ‘snoepers’ genoemd. Redenen om aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring te twijfelen, acht het hof niet aanwezig.
Dit alles leidt het hof ertoe dat het alternatiefscenario dat behelst dat de verdachte slechts het verwijt treft dat hij tot drie keer toe een transactie is aangegaan waarbij hij neppillen heeft gekocht of verkocht, geenszins aannemelijk is geworden. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan en dat het steeds ging om XTC-pillen met de werkzame verboden stof MDMA zoals vermeld op lijst I van de Opiumwet, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven weergegeven bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.”