ECLI:NL:HR:2026:401
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing inkomensafhankelijke combinatiekorting wegens niet-naleving inschrijvingsvereiste
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof oordeelde dat belanghebbende geen recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting voor het jaar 2014 omdat niet is voldaan aan het inschrijvingsvereiste van artikel 8.14a, lid 1, letter b, Wet IB 2001 (tekst 2014).
Het hof stelde tevens vast dat deze beslissing niet in strijd is met de Verordening 883/2004 en Verordening 857/2009 betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels, noch met andere regels van het Unierecht. Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar de Hoge Raad zag hiervoor geen aanleiding.
De Hoge Raad heeft alle klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten slotte heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd dat belanghebbende geen recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting wegens niet-naleving van het inschrijvingsvereiste.