AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoek tot ontbinding stichting administratiekantoor afgewezen wegens voortbestaan doel
Libra International B.V. en mede-verzoekers hebben bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam waarin het hof oordeelde dat het doel van Stichting Continuïteit Libra International nog kan worden bereikt, zodat ontbinding van de stichting niet aan de orde is.
De procedure betreft een verzoek tot ontbinding van de stichting op grond van artikel 2:301 lid 1 onderPro b BW, waarbij de verzoekers stelden dat het doel van de stichting niet meer kan worden bereikt. Het hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat het doel nog wel kan worden gerealiseerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoekers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de verzoekers in de kosten van het geding in cassatie. De beschikking is gegeven door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het doel van de stichting nog kan worden bereikt, waardoor ontbinding niet gerechtvaardigd is.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02215
Datum13 maart 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
1. LIBRA INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [verzoeker 2] ,
wonende te [plaats] ,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Libra c.s.,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms,
tegen
1. [verweerder 1] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 1] ,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
2. STICHTING CONTINUÏTEIT LIBRA INTERNATIONAL,
gevestigd te Amsterdam,
3. [verweerder 3] ,
wonende te [plaats] ,
4. [verweerder 4] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: SCLI c.s.,
niet verschenen.
1.Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/13/734524 / HA RK 23-180 van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2023 en 14 december 2023;
b. de beschikkingen in de zaak 200.336.475/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 mei 2024 en 18 maart 2025.
Libra c.s. hebben tegen de beschikking van het hof van 18 maart 2025 beroep in cassatie ingesteld. [verweerder 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
SCLI c.s. hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van Libra c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Libra c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Libra c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van SCLI c.s. begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.