Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:447

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
23/03970
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 lid 4 SvArt. 511d lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht op het laatst te spreken in cassatiezaak profijtontneming

In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 september 2023 vernietigd. De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. De betrokkene werd in hoger beroep vertegenwoordigd door een raadsman die het laatste woord kreeg, maar het proces-verbaal vermeldt niet dat betrokkene zelf het recht is gelaten het laatst te spreken.

De Hoge Raad oordeelt dat hiermee het voorschrift van artikel 311 lid 4 jo Pro. artikel 511d lid 1 Sv, dat op straffe van nietigheid het recht op het laatst te spreken garandeert, is geschonden. Dit leidt tot nietigheid van het bestreden arrest. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking vanwege de vernietiging.

De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het recht van betrokkene om het laatst te spreken in acht moet worden genomen. Dit arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Kuijer en Trotman en uitgesproken op 17 maart 2026.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht van betrokkene om het laatst te spreken en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03970 P
Datum17 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 september 2023, nummer 20-000758-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat G.J.P.M. Mooren bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de betrokkene niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 augustus 2023 houdt onder meer in:
“De betrokkene, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
[betrokkene]
(...)
Als raadsman van betrokkene is mede ter terechtzitting aanwezig mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg.
(...)
De advocaat-generaal maakt geen gebruik van de gelegenheid tot repliek.
Aan de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken. Deze verklaart maakt daarvan geen gebruik.”
2.3
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan de raadsman het laatste woord is gegeven, maar niet dat aan de betrokkene zelf het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 in Pro samenhang met artikel 511d lid 1 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen (zie voor een vergelijkbaar geval HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:681).
2.4
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede, het derde en het vierde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 maart 2026.