ECLI:NL:HR:2026:45

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
24/04421
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 515 lid 5 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing hof

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, waarin een wrakingsverzoek werd afgewezen. De verzoeker stelde cassatiemiddelen in via zijn advocaat, waarna de advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 515 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek. Het cassatieberoep was gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek door de rechtbank.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 20 januari 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04421
Datum20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verzoeker] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verzoeker.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op grond van artikel 515 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 januari 2026.