ECLI:NL:HR:2026:452

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/02392
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:377a BWArt. 1:377b BWArt. 1:377c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake gezagskwesties en contactrecht minderjarige

In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende gezagskwesties en het contactrecht met een minderjarige. De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de moeder beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de hofbeschikking. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van de moeder verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Wattendorff, Salomons, Teuben en ter Heide op 20 maart 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof over gezag en contact met de minderjarige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02392
Datum20 maart 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,
tegen
[de vader],
wonende op een geheim adres,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vader,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/244190 / FA RK 17-4892 van de rechtbank Limburg van 24 januari 2018, 21 juni 2018, 11 juni 2019, 7 februari 2020, 10 juni 2020, 16 juni 2021, 11 augustus 2021, 12 augustus 2021, 10 augustus 2022 en 14 mei 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.344.695/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 april 2025.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
20 maart 2026.