ECLI:NL:HR:2026:517

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
25/00144
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:5.12 SvArt. 552a SvArt. 94a SvArt. 6:4:4.2 SvArt. 6:4:9 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in ontnemingszaak na executoriaal beslag

De zaak betreft een beklag ex artikel 5:5.12 jo. 552a Sv na beslag op geldbedragen onder de veroordeelde in Denemarken, uitgevoerd op grond van een Europees Bevriezingsbevel van Nederlandse autoriteiten. Vervolgens legde de rechter in een ontnemingszaak een onherroepelijke betalingsverplichting van € 30.839,88 op aan de veroordeelde.

De beklagrechter verklaarde de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift omdat dit niet binnen drie maanden na het einde van de vervolging was ingediend. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat door het onherroepelijk worden van het hofvonnis in de ontnemingszaak het conservatoir beslag is overgegaan in executoriaal beslag. Dit vonnis geldt als executoriale titel, waardoor het verhaal van de vordering via de Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering plaatsvindt. Hierdoor heeft de veroordeelde geen belang meer bij het cassatieberoep tegen de beslagbeschikking, en verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na het onherroepelijk worden van het vonnis in de ontnemingszaak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00144 B
Datum31 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 18 december 2024, nummer RK 24/021503, op een beklag op grond van artikel 5.5.12 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[veroordeelde],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de veroordeelde.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft de advocaat V.S.J. Chorus bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de veroordeelde niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 tot en met 3.4.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 maart 2026.