ECLI:NL:HR:2026:530
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereiste van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar belanghebbende heeft niet gereageerd.
Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 27 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.