ECLI:NL:HR:2026:531

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
25/03620
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:36c AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres.

Het griffierecht is echter niet betaald. De griffier heeft daarop een bericht in het digitale dossier geplaatst en belanghebbende in de gelegenheid gesteld om te reageren op de niet-betaling. Deze kennisgeving is ook per e-mail verzonden en is geacht ontvangen te zijn op 16 december 2025.

Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid om het griffierecht alsnog te voldoen of een reden te geven voor het uitblijven van betaling. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/03620
Datum27 maart 2026
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 augustus 2025, nr. 24/49.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 13 november 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 16 december 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens 16 december 2025 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 16 december 2025.
Belanghebbende heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruikgemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.