ECLI:NL:HR:2026:567
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt reikwijdte artikel 40 lid 2 Wet WOZ inzake indexeringspercentages
Belanghebbende stelde bezwaar tegen een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting over 2021, waarbij hij inzage verlangde in de indexeringspercentages en de onderbouwing daarvan die de heffingsambtenaar gebruikte.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de indexeringspercentages zelf niet onder artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ vallen, omdat deze rekenkundige uitkomsten zijn van taxatiesoftware, en dat de onderbouwing daarvan niet verstrekt hoeft te worden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel, verwijzend naar een eerder arrest van 27 februari 2026.
De Hoge Raad benadrukt dat de indexeringsfactoren wel als gegevens aan de beschikking ten grondslag liggen en op verzoek verstrekt moeten worden, maar dat de onderliggende gegevens waarop deze factoren zijn gebaseerd niet onder de verstrekkingplicht vallen.
Belanghebbende had tijdens de procedure erkend dat de indexeringspercentages reeds waren verstrekt, waardoor geen schending van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ is vastgesteld. De overige klachten van belanghebbende leiden niet tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat indexeringspercentages verstrekt moeten worden, maar niet de onderbouwing daarvan.