Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen eiseres en verweerder centraal, met het oog op de aansprakelijkheid voor letselschade na een ongeval tijdens een zeilreis in de Caribische Zee. Eiseres had een traumatische dwarslaesie opgelopen en vorderde een verklaring voor recht dat verweerder aansprakelijk was als werkgever of op grond van een overeenkomst van opdracht.
De rechtbank wees de vordering af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat het ging om een overeenkomst van personenvervoer over zee, waarbij eiseres als wederdienst een promotiefilm zou maken. Het hof verwierp de stelling dat verweerder als werkgever kon worden aangemerkt en dat het maken van de promotiefilm tot de bedrijfsactiviteiten van verweerder behoorde.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiseres. Hij bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de rechtsverhouding een overeenkomst van personenvervoer betrof en dat de stelling dat er sprake was van een overeenkomst van opdracht of een werkgeversrelatie onvoldoende is onderbouwd. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van verweerder wordt niet vastgesteld op grond van werkgeversaansprakelijkheid of opdracht.