ECLI:NL:GHAMS:2024:1891
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep aansprakelijkheid bij letsel reiziger tijdens zeilreis over zee
In deze zaak staat de aansprakelijkheid centraal van de vervoerder voor het letsel dat de reiziger opliep tijdens een zeilreis georganiseerd door een eenmanszaak. De reiziger, appellant, liep een traumatische dwarslaesie op en vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade.
De kantonrechter oordeelde dat het ging om een overeenkomst van personenvervoer over zee en dat niet was komen vast te staan dat het incident aan schuld of nalatigheid van de vervoerder was toe te rekenen. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof verwierp de stelling dat sprake was van een werkgeversrelatie of een andere rechtsverhouding dan personenvervoer.
Het hof stelde vast dat het bewijs dat het incident werd veroorzaakt door ground swell niet overtuigend was en dat de vervoerder niet nalatig was door het schip op automatische piloot te laten varen of onvoldoende veiligheidsinstructies te geven. De grieven van appellant faalden, behalve de grief over de proceskosten van een incident tot onbevoegdverklaring, waarvoor het hof de vervoerder veroordeelde. Het hof bekrachtigde het tussenvonnis en vernietigde het eindvonnis enkel voor het proceskostenonderdeel.
Uitkomst: De vervoerder is niet aansprakelijk voor het letsel van de reiziger tijdens de zeilreis; het hoger beroep wordt afgewezen behalve voor de proceskosten van het incident tot onbevoegdverklaring.