Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:615

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
24/04412
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief kon niet worden bezorgd omdat niemand op het adres van belanghebbende werd aangetroffen en is vervolgens naar een afhaallocatie van PostNL gestuurd. Belanghebbende heeft de brief niet opgehaald, waarna deze wegens onbestelbaarheid is teruggezonden aan de Hoge Raad.

Na adresverificatie is de brief alsnog per gewone post verzonden, maar het griffierecht is niet voldaan. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar zijn reactie bood geen grond om het verzuim te verhelpen. De Hoge Raad oordeelt dat de gevolgen van het niet ophalen van de aangetekende brief voor rekening en risico van belanghebbende komen.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen. Het arrest is op 10 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/04412
Datum10 april 2026
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 oktober 2024, nr. BK-23/780 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 mei 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Uit de gegevens van PostNL maakt de Hoge Raad op dat deze brief op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden. Bij aanbieding van deze brief is niemand op het adres van belanghebbende aangetroffen, waardoor de brief niet kon worden bezorgd. De brief is vervolgens naar een afhaallocatie van PostNL gestuurd. Belanghebbende heeft de brief daar niet opgehaald. De brief is vervolgens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
1.2
De griffier van de Hoge Raad heeft op 10 juli 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Wat belanghebbende in zijn reactie aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. De gevolgen van het niet-ophalen van de hiervoor in 1.1 genoemde aangetekende brief bij de afhaallocatie van PostNL, komt voor rekening en risico van de belanghebbende. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.