Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag door met een auto op iemand in te rijden. De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het de getuigenverklaringen betrouwbaar achtte en het alternatieve scenario van de verdediging verwierp.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende had gerespondeerd op de bezwaren tegen de betrouwbaarheid van de verklaringen en dat het oordeel van het hof, gebaseerd op verklaringen van de aangever, getuigen en camerabeelden, niet onbegrijpelijk was. Het hof achtte het door de verdediging voorgestelde alternatieve scenario, waarbij de aangever richting de auto zou zijn gesprongen of getrapt, niet aannemelijk en vond hiervoor geen steun in het dossier.
De Hoge Raad concludeerde dat de cassatiemiddelen niet tot cassatie leiden en verwierp het beroep. Tevens constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan zestien maanden, maar verbond hieraan geen rechtsgevolgen. De vrijspraak van poging tot doodslag blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt vrijspraak poging tot doodslag en verwerpt cassatieberoep.