Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager is veroordeeld voor schuldwitwassen van een bedrag van € 7.550. De aanvrager stelde dat het hof hem zou hebben vrijgesproken indien het bekend was geweest met de uitkomsten van een financieel onderzoek naar een derde persoon, van wie de aanvrager het geld had ontvangen.
Het hof had het vermoeden van witwassen niet ontzenuwd geacht, omdat het onwaarschijnlijk was dat de derde persoon beschikte over het contante geldbedrag van € 10.000 uit legale bronnen zoals bedrijfsinkomsten of een schadevergoeding. De aanvraag tot herziening bevatte slechts algemene bewoordingen zonder concrete financiële onderbouwing van andere inkomstenbronnen.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de strenge voorwaarden van artikel 457 lid 1 sub c Sv Pro, omdat het geen ernstig vermoeden wekte dat het onderzoek bij bekendheid van het nieuwe gegeven tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid. Daarom wees de Hoge Raad het verzoek tot herziening af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende nieuw financieel bewijs om het vermoeden van schuldwitwassen te ontzenuwen.