Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de moeder werd veroordeeld wegens het niet inschrijven van haar 5-jarige dochter op school, in strijd met de Leerplichtwet 1969.
De moeder voerde in cassatie aan dat zij een beroep kon doen op de vrijstellingsgrond van artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet 1969, omdat de openbare scholen niet op redelijke afstand van haar woning waren. Het hof oordeelde echter dat haar bedenkingen onvoldoende concreet en zwaarwegend waren om tot een vrijstelling te leiden.
De Hoge Raad sluit zich aan bij het oordeel van het hof en verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:658) waarin de motivering is gegeven. De klachten van de moeder leiden niet tot vernietiging van het hofarrest. Het beroep wordt derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 21 april 2026, waarbij vijf raadsheren en de vice-president als voorzitter aanwezig waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen wegens onvoldoende concreet en zwaarwegend beroep op vrijstelling van de leerplicht.