ECLI:NL:HR:2026:693
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vermakelijkhedenretributie gemeente Amsterdam
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat het hoger beroep behandelde over de op aangifte voldane bedragen aan vermakelijkhedenretributie voor het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 17 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.