Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. Morawski en T. van Luijt, heeft een verweerschrift ingediend.
2.Uitgangspunten in cassatie
Wanneer een consument bij [A] BV een telefoonabonnement afsluit en kiest voor aankoop van een telefoontoestel in combinatie met een lening wordt [B] BV in de daarbij verstrekte ‘Standaardinformatie inzake consumptief krediet’ vermeld als aanbieder van het krediet en is het krediet omschreven als ‘(goederen)krediet’; daarnaast is daarin vermeld dat voor het krediet geen rente of kosten in rekening worden gebracht. Het toestelkrediet moet gedurende de contractduur van het telefoonabonnement in maandelijkse termijnen worden afgelost.
(…)
Bij aanschaf van een toestel die je (gedeeltelijk) in termijnen gaat betalen, ga je een Toestelkredietovereenkomst aan met [ [B] BV]. Op je Toestelkredietovereenkomst zijn de Toestelkredietvoorwaarden van toepassing. Door ondertekening van deze Overeenkomst verklaar je kennis te hebben genomen van deze voorwaarden en ga je daarmee akkoord. (...).”
1. Definities:
[ [B] BV] is een bij de AFM geregistreerde instelling onder nummer (…). Onder deze vergunning mag [ [B] BV] consumentenkredieten aanbieden. (…).
Toestelkredietovereenkomst: wanneer de Klant in termijnen voor het Toestel betaalt, sluit de Klant een Toestelkredietovereenkomst af.
Overeenkomst voor mobiele telefonie: de overeenkomst voor mobiele telefonie (hierna Abonnement) waarop de Algemene Voorwaarden Abonnee Consument op van toepassing zijn. Het Abonnement staat los van de Toestelkredietovereenkomst.
2.Toepasselijkheid Toestelkredietvoorwaarden
De Toestelkredietovereenkomst wordt gesloten naast en los van het Abonnement op basis waarvan [X] haar (Aanvullende) Diensten zoals bellen en internet levert en waarop de Algemene Voorwaarden [ [A] BV] Abonnee Consument van toepassing zijn (“Abonneevoorwaarden”). De in deze Toestelkredietvoorwaarden met een hoofdletter geschreven begrippen hebben dezelfde betekenis zoals gedefinieerd in de abonneevoorwaarden tenzij in deze Toestelkredietvoorwaarden afwijkende definities zijn opgenomen. De Abonneevoorwaarden zijn aanvullend van toepassing op de Toestelkredietovereenkomst. Bij strijdigheden tussen de Abonneevoorwaarden en deze Toestelkredietvoorwaarden, hebben deze Toestelkredietvoorwaarden voorrang.
Tenzij in deze Toestelkredietvoorwaarden anders vermeld, hebben feiten en omstandigheden die van invloed zijn op de Overeenkomst voor mobiele telefonie en de rechten en plichten die daaruit voortvloeien geen invloed op de rechten en plichten van partijen onder het Toestelkredietovereenkomst. Andersom geldt hetzelfde.
3.Totstandkoming Toestelkredietovereenkomst
4.Duur Toestelkredietovereenkomst
5.Betaling toestelkrediet
De eerste periodieke betaling toestelkrediet voor het Toestel wordt bij aanvang van de Toestelkredietovereenkomst de Klant gefactureerd en (...) gedurende de overeengekomen periode (...) in termijnen bij de Klant in rekening gebracht via de periodieke factuur als bedoeld in de abonneevoorwaarden. (…)
7.Betaling
10.Eigendom toestel
Op die factuur staat verder vermeld dat de maandelijkse aflossingen van het toestelkrediet in rekening zullen worden gebracht op de maandelijkse factuur waarbij de kosten van het telefoonabonnement in rekening worden gebracht.
3.De oordelen van het Hof
Volgens het Hof moet, gelet op doel en strekking van de vorming van een fiscale eenheid, geen onderscheid worden gemaakt binnen deze belastingplichtige. Aangezien [A] BV en [B] BV tot een fiscale eenheid behoren, zijn zij volgens het Hof voor de heffing van btw geen te onderscheiden belastingplichtigen. Een fiscale eenheid is een bijzonder soort belastingplichtige, die uitsluitend voor btw-doeleinden bestaat. Zij is gebaseerd op de werkelijke financiële, economische en organisatorische verwevenheid van personen. Terwijl ieder groepslid zijn eigen rechtsvorm behoudt, krijgt de figuur van de fiscale eenheid, uitsluitend voor btw-doeleinden, voorrang boven rechtsvormen naar bijvoorbeeld het civiele of het vennootschapsrecht, aldus het Hof met verwijzing naar punt 76 van het arrest van het Hof van Justitie van 1 december 2022, Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie mbH, C-141/20, ECLI:EU:C:2022:943 (hierna: het arrest Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie). Waar BTW-richtlijn 2006 spreekt van “de belastingplichtige” wordt volgens het Hof belanghebbende bedoeld, en niet [A] BV of [B] BV. Het maakt voor de heffing van omzetbelasting dan ook niet uit wie het telefoontoestel aan de consument levert, [A] BV of [B] BV. Deze economische prestatie wordt aan belanghebbende toegerekend, aldus het Hof.
4.Beoordeling van de middelen
In het geval dat de in rekening gebrachte vergoeding geheel of gedeeltelijk niet wordt betaald nadat de levering of dienst is verricht, brengt artikel 29, lid 1, van de Wet met zich dat de maatstaf van heffing dienovereenkomstig wordt verlaagd en ontstaat voor de ondernemer in zoverre recht op teruggaaf van de door hem voldane belasting.