Uitspraak
1. Definities:
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere BV's waaronder een die toestelkredieten verstrekt, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd wegens gedeeltelijke niet-betaling van termijnen van toestelkrediet door afnemers. De Rechtbank wees het beroep af, maar kende een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep was de kernvraag of bij gedeeltelijke niet-betaling van het toestelkrediet recht op teruggaaf van omzetbelasting bestaat. Belanghebbende stelde dat zij de vergoeding niet ontvangt omdat zij een geconsolideerde boekhouding voert binnen de fiscale eenheid. De Inspecteur stelde dat de vergoeding wel is ontvangen door de fiscale eenheid en verwees naar recente jurisprudentie van het HvJ EU.
Het Hof oordeelde dat de levering van het toestel en het toestelkrediet afzonderlijke prestaties zijn, maar binnen de fiscale eenheid als één belastingplichtige worden beschouwd. De oninbare vordering en de prestatie moeten economisch en financieel direct verband houden. Omdat de fiscale eenheid een geconsolideerde boekhouding voert, is sprake van een oninbare vordering binnen één belastingplichtige en dient de maatstaf van heffing dienovereenkomstig te worden verminderd.
Het Hof vernietigde de naheffingsaanslagen en de beschikkingen belastingrente, gelastte teruggaaf van omzetbelasting voor Q4 en wees proceskosten toe aan belanghebbende. Vergoeding van invorderingsrente werd afgewezen omdat het Hof daartoe niet bevoegd is.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de naheffingsaanslagen en beschikkingen belastingrente en gelast teruggaaf van omzetbelasting voor Q4 2018.