ECLI:NL:HR:2026:743
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert boeten naheffingsaanslagen omzetbelasting 2014-2017 wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een fiscale eenheid, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2014 tot en met 2017, inclusief de daarbij behorende belastingrente en boetebeschikkingen.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, zonder nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht (art. 81 lid 1 RO Pro).
Wel constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure van minder dan zes maanden. Omdat belanghebbende geen vergoeding van immateriële schade heeft verzocht, wordt deze niet toegekend. Wel worden de boeten, die na hofvermindering nog steeds boven € 1.000 liggen, met 5% verminderd. De boeten worden vastgesteld op € 21.679 (2014), € 35.583 (2015), € 31.588 (2016) en € 22.168 (2017).
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en verklaart het cassatieberoep ongegrond, vernietigt het hofarrest voor zover het de boeten betreft en past de boetevermindering toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en vermindert de boeten over 2014-2017 met 5% wegens termijnoverschrijding.