Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
27 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 27 januari 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 november 2023. De verdachte, geboren in 1992, was beschuldigd van opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering van een politieambtenaar, zoals bedoeld in artikel 184 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof had geoordeeld dat de verdachte niet had voldaan aan het bevel, maar de Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd was. De Hoge Raad herhaalde relevante overwegingen uit een eerdere uitspraak (HR:2008:BB4108) en concludeerde dat het bevel of de vordering niet 'krachtens wettelijk voorschrift' was gedaan, zoals vereist door de wet. Hierdoor was de tenlastelegging niet correct en voldeed deze niet aan de eisen van de wet. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en wees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling. Dit arrest benadrukt het belang van een uitdrukkelijke bevoegdheid voor politieambtenaren om bevelen of vorderingen te geven in het kader van strafrechtelijke onderzoeken.