Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 juni 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil centraal over de toelaatbaarheid van een wijziging van een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in een civiele procedure tussen een voormalig werknemer en zijn ex-werkgever Tradin Organic Agriculture B.V. De werknemer was gebonden aan een non-concurrentiebeding en Tradin wilde getuigen horen over mogelijke overtredingen daarvan.
Na een mondelinge behandeling en het sluiten van de zitting wijzigde Tradin haar verzoek door het aantal te horen getuigen te beperken en nieuwe getuigen te noemen. De verzoeker maakte bezwaar tegen deze wijziging en verzocht om gelegenheid tot reactie. Het hof wees het gewijzigde verzoek toe zonder de verzoeker de kans te geven inhoudelijk te reageren.
De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd was met het fundamentele procesrechtelijke beginsel van hoor en wederhoor zoals neergelegd in artikel 19 lid 1 Rv Pro. De verzoeker had immers niet afstand gedaan van zijn recht op inhoudelijke reactie. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. Tradin werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak naar het hof Den Haag.