Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of een nieuwe zorgmachtiging voor twaalf maanden kon worden verleend terwijl de eerdere zorgmachtiging van zes maanden nog geldig was. De rechtbank Noord-Holland had op 3 april 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 4 oktober 2025. Op 1 oktober 2025 verzocht de officier van justitie om een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden. De rechtbank besloot binnen de beslistermijn van drie weken na ontvangst van het verzoek, namelijk op 20 oktober 2025, tot verlening van de nieuwe machtiging.
De betrokkene stelde dat de eerdere machtiging op het moment van de uitspraak was vervallen, zodat slechts een machtiging voor maximaal zes maanden kon worden verleend. De Hoge Raad oordeelde echter dat de nieuwe machtiging aansluit op de lopende machtiging omdat het verzoek tijdig was ingediend en de rechtbank binnen de beslistermijn had beslist. Hierdoor kon de nieuwe machtiging volgens art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz voor maximaal twaalf maanden worden verleend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de verlenging voor twaalf maanden. Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de termijnen en voorwaarden voor aansluitende zorgmachtigingen onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een aansluitende zorgmachtiging voor maximaal twaalf maanden kan worden verleend indien het verzoek tijdig is ingediend en de rechtbank binnen de beslistermijn beslist.