Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden verleende aan betrokkene. De oorspronkelijke zorgmachtiging was verleend tot uiterlijk 1 maart 2025. De officier van justitie diende op 29 januari 2025 een verzoek in voor een aansluitende machtiging.
De rechtbank besloot echter niet binnen de wettelijke beslistermijn van drie weken na ontvangst van het verzoek te beslissen, waardoor de oorspronkelijke machtiging op 20 februari 2025 van rechtswege verviel. De Hoge Raad oordeelt dat hierdoor geen sprake is van een aansluitende zorgmachtiging en dat de rechtbank de machtiging niet voor twaalf maanden kon verlenen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking dat de machtiging voor twaalf maanden verleent en beperkt de duur van de zorgmachtiging tot maximaal zes maanden, tot en met 25 september 2025. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke bepalingen van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Uitkomst: De Hoge Raad beperkt de duur van de zorgmachtiging tot maximaal zes maanden wegens het verstrijken van de beslistermijn.