De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats van hun dochter en de toestemming voor verhuizing met minderjarige kinderen. De vader heeft de kinderen erkend en zij hebben gezamenlijk gezag. Er was een ouderschapsplan met een co-ouderschapsregeling en een afspraak over een straal van 10 km rond de school.
De rechtbank had bepaald dat de dochter haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft en gaf vervangende toestemming voor verhuizing naar een andere plaats. Het hof vernietigde deze beslissing en legde een terugverhuisplicht op binnen de straal van 10 km, met een opbouwregeling voor contactherstel met de moeder.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de verzoeken en standpunten van de vader buiten beschouwing heeft gelaten op grond van de tweeconclusieregel en dat het hof niet heeft onderzocht of het buiten beschouwing laten van laat ingediende stukken in strijd is met de goede procesorde. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak door voor verdere behandeling.