ECLI:NL:HR:2026:860
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake invorderingsrente
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 juni 2024, waarin het hof uitspraak deed over hoger beroep tegen beschikkingen van de Rechtbank Noord-Holland inzake invorderingsrente.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is geoordeeld dat het cassatieberoep geen kans van slagen heeft.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 5 juni 2026 in het openbaar gewezen door de Hoge Raad, zitting Belastingkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.