ECLI:NL:HR:2026:865
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de stukken bleek dat het beroepschrift op 30 januari 2026 was ontvangen, terwijl de termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 8 januari 2026 was verstreken.
De Hoge Raad stelde belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid om een toelichting te geven op de termijnoverschrijding, maar belanghebbende maakte hier geen gebruik van. De aangevoerde redenen in het beroepschrift boden geen grond om het verzuim te verhelpen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 5 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.