Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
(...)
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede onmiddellijk uitspraak te zullen doen.”
3.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte, van Algerijnse nationaliteit en de Nederlandse taal niet machtig, werd op 21 juli 2022 in persoon de dagvaarding uitgereikt zonder dat vaststond dat hem onverwijld een schriftelijke vertaling was verstrekt, in strijd met artikel 260 lid 5 Sv Pro. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld, ondanks het ontbreken van een vertaling, omdat de verdachte de dagvaarding naar het oordeel van het hof voldoende begreep.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet zonder meer kan dragen. Het hof stelde vast dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de verdachte uitleg had gekregen over de dagvaarding en dat niet is vastgesteld in welke taal de communicatie met de verbalisant plaatsvond. De enkele verklaring dat de verdachte de inhoud begreep is ontoereikend.
De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van een schriftelijke vertaling een bijzondere omstandigheid kan zijn die een verontschuldigbare termijnoverschrijding rechtvaardigt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De zaak betreft bedreiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar in een trein, waarbij het hoger beroep te laat werd ingesteld. De procedure benadrukt het belang van vertaalverplichtingen in strafzaken om het recht op een eerlijk proces te waarborgen.
De uitspraak onderstreept de toepassing van Europese richtlijnen en nationale strafvorderlijke bepalingen omtrent vertaling en ontvankelijkheid van hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens onduidelijkheid over vertaling dagvaarding en ontvankelijkheid hoger beroep.