AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over opslag pasfoto's bij online identificatie en Wwft
In deze zaak staat centraal of International Card Services B.V. (ICS) de creditcardovereenkomst met de kaarthoudster mocht opzeggen omdat zij weigerde mee te werken aan een online identificatie waarbij een foto van haar identiteitsbewijs en een selfie moesten worden aangeleverd. De kaarthoudster betwistte met name het opslaan van deze foto's door ICS.
De Hoge Raad onderzocht of het vastleggen of opslaan van een pasfoto door ICS kan worden aangemerkt als verwerking van biometrische gegevens in de zin van de AVG, en of de Wwft een verplichting tot het bewaren van deze foto's bevat. De Hoge Raad concludeerde dat het enkele opslaan van een foto geen verwerking van biometrische gegevens is, tenzij er sprake is van specifieke technische verwerking voor unieke identificatie.
Verder werd beoordeeld of de Wwft en de Europese vierde anti-witwasrichtlijn een bewaarplicht van pasfoto's opleggen. De Hoge Raad constateerde dat hierover twijfel bestaat en dat het evenwicht tussen witwasbestrijding en privacybescherming primair door het HvJEU moet worden uitgelegd.
De Hoge Raad stelde daarom prejudiciële vragen aan het HvJEU over de kwalificatie van het opslaan van pasfoto's als biometrische gegevens, de reikwijdte van de bewaarplicht onder de Wwft en de anti-witwasrichtlijn, en de bescherming van bijzondere persoonsgegevens zoals ras of etnische afkomst. De procedure is geschorst in afwachting van het antwoord van het HvJEU.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de opslag van pasfoto's bij online identificatie en schorst de procedure.
Voetnoten
1.Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), PbEU 2016, L 119/1.
2.Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141/73), nadien gewijzigd door Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (PbEU 2018, L 156/43).
4.PbEU 2000, C 364/1.
5.Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering, PbEU 2024, L 1624/1.
6.HvJEU 19 maart 2026, zaak C-371/24, ECLI:EU:C:2026:219 (Comdribus).
7.Zie in het bijzonder punt 22 van de uitspraak, in verbinding met de vraag die de verwijzende rechter had gesteld, en punt 37 e.v.
9.Vgl. EDPB, Richtsnoeren 3/2019 inzake de verwerking van persoonsgegevens door middel van videoapparatuur, versie 2.0, 29 januari 2020, nr. 77-82.
10.HvJEU 19 maart 2026, zaak C-371/24, ECLI:EU:C:2026:219 (Comdribus).
12.Toelichting op de Uitvoeringsregeling Wwft, Stcrt. 2008, 142, p. 8.
13.Kamerstukken II 2017/18, 34 808, nr. 3, p. 79.
14.Kamerstukken II 2007/08, 31238, nr. 3, p. 35.
15.Kamerstukken II 2017/18, 34 808, nr. 3, p. 79.
16.Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, PbEU 2005, L 309/15.
17.PbEU 2024/1624
18.Kamerstukken II 2007/08, 31238, nr. 3, p. 35.
19.Kamerstukken II 2007/08, 31238, nr. 3, p. 35.