ECLI:NL:HR:2026:923
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen boetebeschikkingen ongegrond
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake boetebeschikkingen opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën. Dit betrof een vervolgprocedure na een eerdere vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad in 2024.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand en worden de boetebeschikkingen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.