ECLI:NL:HR:2026:923
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake boetebeschikkingen belastingrecht
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2025, waarin het hof uitspraak deed over boetebeschikkingen opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën. Dit betrof een vervolg op een eerdere zaak die door de Hoge Raad was verwezen naar het hof ter verdere behandeling.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat de beoordeling niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand en worden de boetebeschikkingen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.