Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:948

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
24/04463
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285.1 SrArt. 6 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot horen van tolk als getuige in bedreigingszaak

De zaak betreft een bedreiging van een medewerker van het COA door de verdachte op 8 december 2023, waarbij de bedreiging werd uitgesproken tijdens een verhoor met telefonische tolk. De verklaring van de verdachte is opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen en als bewijs gebruikt.

De verdediging verzocht in hoger beroep om de tolk die tijdens het verhoor telefonisch vertaalde als getuige te horen, omdat zij twijfelde aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van de vertaling. Dit verzoek werd door het hof afgewezen, mede omdat de tolk een beëdigd tolk is en er geen aanwijzingen waren dat de vertaling onjuist was verlopen.

De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek tot het horen van de tolk niet verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat het verzoek niet ziet op het horen van een getuige over een door die persoon afgelegde verklaring die als bewijs wordt gebruikt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

De overige klachten van de verdachte worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest waarin het verzoek tot het horen van de tolk als getuige is afgewezen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04463
Datum16 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 november 2024, nummer 20-000645-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.I. L’Ghdas bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de afwijzing door het hof van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van de tolk [betrokkene 1] als getuige, niet verenigbaar is met het door artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
2.2.1
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd met aanvulling van gronden. In dat vonnis is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij:
“op 8 december 2023 te [plaats] [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door betreffende voornoemde [benadeelde] te zeggen “als ik zo naar Marokko moet, dan ga ik haar kop afhakken”.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:
“1. het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 januari 2024, dossierpagina’s 11 en 12, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Op 8 december 2023 waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] van de Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel, in de penitentiaire inrichting te [plaats] . Wij waren daar teneinde de vreemdeling genaamd [verdachte] te horen voor een “zwaar” inreisverbod t.b.v. de IND. Tijdens dit gehoor werd gebruik gemaakt van een telefonische tolk. Tolkennummer: […] . Taal: Arabisch (Marokkaans). We onderzochten de mogelijkheden om betrokkene terug te laten keren naar het land van herkomst en we vroegen betrokkene naar de mogelijke belemmeringen die terugkeer in de weg kunnen staan.
Tijdens het gehoor wilde betrokkene [verdachte] het meerdere malen hebben over zijn strafzaak en waarom hij in de gevangenis zat. Wij vertelden betrokkene dat wij niet daar waren i.v.m. zijn strafzaak, maar in het kader van de Vreemdelingenwet en het voornemen van AVIM om door de IND aan hem een inreisverbod op te laten leggen.
Wij hoorden dat betrokkene [verdachte] desondanks verklaarde dat hij via een COA-medewerkster een verblijfsvergunning wilde krijgen door haar hiervoor te betalen. Wij hoorden dat hij verklaarde dat zij dat eerst wel wilde doen voor het geld, maar later niet meer en daarna is zij hem gaan chanteren. Hij verklaarde dat zij en haar vriendinnen aangifte tegen hem hebben gedaan.
Het is ons ambtshalve bekend dat betrokkene [verdachte] haar vervolgens heeft bedreigd en gestalkt. Juist voor deze bedreigingen is betrokkene veroordeeld. Deze informatie is bij ons bekend, omdat dit in de politie systemen staat en omdat het voor AVIM relevant is voor het laten opleggen van een maatregel door de IND.
Tijdens dit gehoor voor een “zwaar” inreisverbod werd betrokkene [verdachte] meerdere malen gewezen op het feit dat wij niet ingingen op de strafzaak maar dat we zijn zienswijze op het voornemen voor een “zwaar” inreisverbod op papier wilden zetten.
Wij hebben aan het einde van het gehoor aan betrokkene uitgelegd dat, wanneer er inderdaad een inreisverbod wordt opgelegd, hij zal worden uitgezet naar Marokko. Wij deelden hem mede dat hij over een paspoort beschikt dat niet geschikt is om mee te reizen. Wij hoorden dat betrokkene [verdachte] zei dat hij op eigen gelegenheid wilde vertrekken. Wij hoorden dat hij vertelde dat hij geen nieuw paspoort nodig had en dat hij vrienden had die hem konden helpen Nederland en Europa te verlaten.
We hebben betrokkene [verdachte] duidelijk gemaakt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om zelfstandig Nederland te verlaten. Wij zagen aan zijn gezichtsuitdrukking en lichaamshouding dat betrokkene [verdachte] kwaad werd en wij hoorden dat hij riep: “Als ik zo naar Marokko moet, dan ga ik haar kop afhakken.” Aangezien het gesprek voor deze bedreigende uiting van frustratie en woede ging over de medewerkster van het COA die voor hem een verblijfsvergunning zou regelen, kan het niet anders zijn, dan dat de uitgesproken bedreiging van toepassing moet zijn op die eerder genoemde COA medewerkster.
Betrokkene
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1995
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
5. het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2024, dossierpagina’s 52 en 53, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Met betrekking tot het gehoor van 8-12-2023 van betrokkene [verdachte] kunnen wij op onderstaande vragen van de OvJ de volgende antwoorden geven:
- Was er op het moment van uitspreken van de bedreiging sprake van onduidelijkheid over de vertaling van de tolk?
Nee, de tolk vertaalde de bedreiging nadat deze was uitgesproken door betrokkene. Betrokkene verklaarde zowel bij aanvang van het gehoor als bij afsluiting van het gehoor dat hij de tolken had begrepen en verstaan.
- Is door de verbalisanten bij de tolk geverifieerd of [verdachte] dat daadwerkelijk zei?
Ja. Toen de tolk vertaalde wat betrokkene spontaan had verklaard, vroegen wij nogmaals wat hij had gezegd. De tolk zei wederom dat werd gezegd: “Als ik zo naar Marokko moet, dan ga ik haar kop afhakken”.”
2.2.3
De raadsman van de verdachte heeft bij appelschriftuur het verzoek gedaan tot het horen van de tolk bekend onder tolknummer […] ( [betrokkene 1] ) als getuige. Op de terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2024 heeft de raadsvrouw van de verdachte dit verzoek herhaald en toegelicht. Het hof heeft het verzoek afgewezen. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt daarover in:
“De raadsvrouw wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren van de verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, tegen het vonnis op te geven. De raadsvrouw deelt mede:
De verdachte is het niet eens met de bewezenverklaring en dus ook niet met de straf. De verdediging persisteert daarnaast in het verzoek om verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , die verdachte op 8 december 2023 hebben gehoord, en de twee tolken die daarbij aanwezig waren, als getuigen te horen. De verdachte blijft erbij dat hij de tenlastegelegde en door de politierechter bewezenverklaarde bedreiging niet heeft geuit. De vertaling door de tolk van wat de verdachte heeft gezegd klopt niet. De verdediging heeft daarom een verzoek gedaan om de tolk als getuige te horen. De tolk is de eerste en de belangrijkste getuige om te kunnen verklaren over wat de verdachte heeft gezegd. Volgens het politiedossier is aan de tolk gevraagd of het klopt wat de verdachte heeft gezegd, maar dat is niet voldoende. Tevens moet aan de tolk worden gevraagd of hij beëdigd is en welk niveau de tolk heeft, want dat is ook allemaal van belang voor de vertaling door de tolk. Mijn collega mr. M.I. L’Ghdas, voor wie ik vandaag waarneem, is de Arabische taal machtig. Wanneer hij bij een gerecht is voor een zitting maakt hij vaak mee dat de kwaliteit van de tolken die daar optreden niet altijd even goed is. Hij moet regelmatig ingrijpen op zitting omdat de vertaling door de tolk niet goed gaat. Dat leidt vaak tot discussies, maar is ook vaak van belang gebleken voor de behandeling van de zaak, ik heb dat tijdens een zitting waarbij ik ook aanwezig was met eigen ogen gezien. We weten allemaal dat er de laatste tijd discussie is over de kwaliteit van tolken. Daarom moet de verdediging de kans krijgen om de tolk te bevragen. Niet alleen over de inhoud van het gesprek maar ook over het niveau dat hij heeft en of hij beëdigd is.
De jongste raadsheer deelt mede:
Er is een BTV-nummer bekend van de tolk [betrokkene 1] die bij het gehoor op 8 december 2023 aanwezig was. Aan de hand daarvan kunt u het niveau van deze tolk opzoeken en of hij beëdigd is.
De raadsvrouw deelt mede:
Dan nog is het mogelijk dat de tolk niet over het vereiste niveau beschikt. De tolk zegt dat hij zich het gesprek met de verdachte niet kan herinneren. De tolk moet dan wat uitgebreidere informatie gegeven worden om hem te helpen met de herinnering. Misschien kan hij het zich wel herinneren als hij meer context krijgt. De verdediging wil ook de verbalisanten horen die het gehoor met de verdachte hebben afgenomen. Daaruit kan blijken of het gehoor door tussenkomst van de tolk vloeiend verliep en of de tolk goed hoorbaar was. De tolk was namelijk aan de telefoon. Dat kan helpen bij het beantwoorden van de vraag hoe betrouwbaar de vertaling door de tolk is. Dat is essentieel. Als de vertaling door de tolk als bewijsmiddel wegvalt is er geen andere grond om tot een bewezenverklaring te komen. De verdediging wil dus de tolk [betrokkene 1] en verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , die verdachte op 8 december 2023 hebben gehoord, als getuigen horen. De verdediging ziet af van het horen van de tolk met nummer 12542 die eerder door de verdediging als getuige is opgegeven.
De advocaat-generaal brengt naar voren:
Ik verzet mij tegen het horen van de gevraagde getuigen. De onderbouwing die de verdediging daarvoor geeft is nogal speculatief. De verdediging wijst erop dat er de laatste tijd discussie is over de kwaliteit van tolken. Dat wil echter nog niet zeggen dat de vertaling in deze zaak niet goed is gegaan. Door dit zo algemeen te trekken wordt het vertrouwen in tolken ondermijnd. De politie maakt gebruik van beëdigde tolken. Ik heb geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de vertaling door de tolk in kwestie. Wat mij betreft is er dan ook geen aanleiding daar nader onderzoek naar te doen. Er is al aan de tolk gevraagd of hij zich het gehoor van de verdachte kan herinneren en dat kon hij niet. De verbalisanten die het gehoor van de verdachte hebben afgenomen zijn de Arabische taal niet machtig, dus die kunnen er niets over zeggen. Het verzoek tot het horen van de tolk [betrokkene 1] en de verbalisanten als getuigen moet dus worden afgewezen.
De jongste raadsheer deelt mede:
In het openbare register van beëdigde tolken en vertalers zie ik dat de tolk [betrokkene 1] tolkt in de Arabisch Algerijnse taal en in de Arabisch Marokkaanse taal en dat hij als beëdigd tolk is ingeschreven.
De raadsvrouw deelt mede:
Ik blijf bij mijn verzoek om deze tolk en de verbalisanten als getuigen te horen. Dat het een beëdigde tolk is, maakt dat niet anders. In een andere zaak heb ik meegemaakt dat een verdachte iets zei in de trant van: “Als ik terug zou worden gestuurd naar mijn land van herkomst, dan zou ik dood gaan.” Hij bedoelde dit figuurlijk, maar zijn uitspraak werd opgevat als dat hij zichzelf van het leven zou willen beroven. Mijn collega mr. M.I. L’Ghdas zat erbij en kon dit gelukkig rechtzetten. Anders had het ernstige gevolgen kunnen hebben. Niet alle tolken zijn beëdigd. Als er geen beëdigde tolk beschikbaar is, wordt er door de politie uitgeweken naar een niet beëdigde tolk. Het is dan de vraag of de kwaliteit van de tolk en dus van de vertaling goed is. Ook als de tolk beëdigd is, is niet altijd gegarandeerd dat er sprake is van een kwalitatief goede tolk en vertaling.
De voorzitter deelt mede dat het hof het onderzoek voor korte tijd zal onderbreken voor beraad.
De voorzitter hervat het onderzoek.
De voorzitter deelt als beslissing van het hof mede:
Het verzoek van de verdediging tot het horen als getuigen van de tolk [betrokkene 1] en de verbalisanten die verdachte op 8 december 2023 hebben gehoord, wordt afgewezen onder verwijzing naar de afwijzende beslissing van de raadsheer-commissaris op dit verzoek. Het hof heeft geen nieuwe argumenten van de verdediging gehoord dan die voorafgaand aan de beslissing door de raadsheer-commissaris reeds zijn aangevoerd. Daarnaast heeft het hof in het register beëdigde tolken en vertalers gezien dat de tolk [betrokkene 1] een beëdigde tolk is en dat hij tolkt in de taal van de verdachte. Het hof heeft dan ook geen reden om aan te nemen dat de vertaling door deze tolk niet goed is gegaan. Daarnaast zal uit een verhoor van deze tolk niet naar voren komen of hij goed heeft vertaald.”
2.3
Het door het hof afgewezen verzoek heeft betrekking op het horen van [betrokkene 1] , die telefonisch als tolk is opgetreden tijdens het gehoor van de verdachte door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . De bij dit gehoor door de verdachte afgelegde en in het proces-verbaal van bevindingen van 17 januari 2024 opgenomen verklaring is door het hof als bewijsmiddel 1 voor het bewijs gebruikt.
Dit verzoek tot het horen van de tolk [betrokkene 1] betreft niet een verzoek tot het horen van een getuige over een door deze persoon afgelegde verklaring die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt, zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576. Voor zover het cassatiemiddel van het tegendeel uitgaat, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. (Vgl., in een enigszins ander verband, HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1739, rechtsoverweging 2.3.3.)
2.4
De klacht faalt.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 juni 2026.